Een eetbare bostuin; dromen en doen

Published : 27-02-2019 16:08:06
Categories : Alberthe Papma

Een eetbare bostuin; dromen en doen

Een eetbare bostuin; dromen en doen

In de wintermaanden, als er op ons landje niet heel veel te doen is, is tuindromen een van mijn favoriete bezigheden, daarbij geholpen door zaad– en plantcatalogi, websites, artikelen en een stapel tuinboeken die net zo snel uitdijt als in de zomer mijn pompoenen. Kortom, ik lees me suf. En dan het liefst verhalen met oogstrelende foto’s van weelderige, biodiverse en bij voorkeur zichzelf min of meer in stand houdende tuinen en met beloften van een overvloedige oogst, die als het even kan zonder al te veel inspanning binnen te halen is. Zo lui ben ik dan ook wel weer.

En dus voel ik me zeer aangetrokken tot concepten als ‘het voedselbos’. Blijkbaar ben ik niet de enige want ze staan zeer in de belangstelling. Voedselbossen zijn en worden op verschillende plekken aangeplant, met binnenkort in Schijndel het grootste tot nu toe van zo’n 16 hectare. Er zijn cursussen en opleidingen ontwikkeld, er worden rondleidingen gegeven, facebookgroepen opgericht om kennis te delen. Het animo is logisch want gezien de huidige milieu- en klimaatproblematiek hebben we immers broodnodig nieuwe – of eigenlijk oude- systemen van voedselteelt nodig die niet alleen mens maar ook bodem voeden en die behalve oogst ook andere waarden, zoals biodiversiteit, veerkracht en schoonheid, opleveren. En betrokkenheid. Want een van de kenmerken van deze ontwikkeling is dat, zeker de grotere, voedselbossen, bijna altijd worden aangelegd en beheerd door groepen mensen.

Gezien mijn eigen voedselboshonger viel kortgeleden mijn oog niet geheel toevallig op een artikel in een van de landelijke dagbladen met de ronkende headline ‘Iedereen met een stuk land kan een voedselbos beginnen’. 

Hoera. Maar hoe graag ik dat ook zou willen, zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Afgezien van het feit dat ook een voedselbos, net als willekeurige welke andere eetbare tuin, voorbereiding, planning en kennis van lokale omstandigheden en daarvoor geschikte soorten vereist, staan op ons eigen landje niet eens zozeer praktische bezwaren, zoals gebrek aan oppervlakte of ‘lastige’ grond, maar helaas wel wetten in de weg, waarbij vooral het feit dat we midden in een beschermd landschap zitten dat een open karakter moet houden.  

Ik zou er bijna treurig van worden. Maar dat is natuurlijk onzin. Ook zonder een enorm stuk land waar geen wettelijke beperkingen gelden (zo tuindroom ik ’s winters ook graag over een paradijsje in bijvoorbeeld Frankrijk, maar dat geheel terzijde) kan ik ook in mijn tuin een aantal principes toepassen. Iets is meer dan niets en elke bijdrage aan een duurzamer systeem is er een.

Gelukkig hoef ik het wiel bepaald niet zelf uit te vinden. Een jaar of zeven geleden, nog voor we ons eigen landje hadden, kocht ik een lijvig boek van Martin Crawford, ‘agro-forestry’ pionier uit Engeland die zo’n 20 jaar geleden zijn eigen eetbare bostuin van overigens nog geen hectare aanlegde, en inmiddels geldt als een autoriteit op het gebied van voedselbostuinieren. Ik had nog nooit van hem gehoord, zag hem en zijn tuin in de BBC documentaire ‘A Farm for the Future’ en vond wat hij deed razend interessant.  Met zijn boek kon ik, toen nog tamelijk landloos, overigens in de dagelijkse praktijk nog niet zoveel. Maar tuindromen kon natuurlijk wel.

Inmiddels is Crawford's boek ook in Nederlandse vertaling verschenen als Praktisch Handboek VoedselbossenIk vind het een fijn boek. Het is zeer compleet. Behalve een uitgebreide uitleg over wat een voedselbos nu eigenlijk is (de beroemde lagen) en waarom je ze eigenlijk zou moeten willen (voordelen voor klimaat, bodem en biodiversiteit), wat ze opleveren (en dat is meer dan voedsel),  ontwerp, onderhoud (ja, ook een voedselbos is, zeker in het begin, geen leunstoeltuinieren) en oogst, véél foto’s en beschrijvingen van soorten en hun functie per verschillende laag van het bos, heeft de vertaling het voordeel dat alle plantnamen in het Nederlands terug te vinden zijn en bovendien is aangeven welke cultivars hier makkelijk te krijgen zijn. Heel fijn ook is de lijst met kwekerijen van voedselbosgewassen. Dat scheelt een hoop zoekwerk. Wat mij betreft is het boek van Crawford, voorlopig nog hét standaardwerk.

Voor wie naast Crawford graag ook een lekker toegankelijk boek wil over eetbare bostuinen en bovendien behoefte heeft aan inspiratie uit de Nederlandse en Belgische praktijk is er het nieuwe boek Voedselbos, inspiratie voor ontwerp en beheer van Madelon Oostwoud. Een boek dat het voedselbostuinieren, in tegenstelling tot Crawford, niet zozeer vanuit de ‘agroforestry’ maar vooral met de bril van permacultuur beschrijft. Oostwoud besteedt veel aandacht aan bodem, ontwerp en aanleg met veel foto’s en schetsen. Met name de laatste bieden voor wie zelf aan  de slag zou willen volop inspiratie net als de korte interviews met beheerders/eigenaren van bestaande eetbare bostuinen, waarvan de meeste overigens nog jong. Ook hier een zeer uitgebreide lijst van kwekers, websites. Heel handig is de aparte plantengids met foto’s van ruim 250 soorten; deze is zo handzaam dat hij makkelijk in de tas mee kan op een trip naar een kwekerij of een rondleiding. Overigens zijn deze in tegenstelling tot in het boek van Crawford, niet beschreven vanuit het ‘lagenprincipe’. Dat had ik nu wel weer handig gevonden. Pluspunt; de aandacht voor wet- en regelgeving en begroting.

Samen vormen beide boeken een mooi pakket voor wie geïnteresseerd is in voedselbossen of eetbare bostuinen.

Wat mij betreft is het nu nog wachten op een goed boek over verdienmodellen, liefst ook met inspirerende succesverhalen uit de praktijk. Grootschalige voedselbossen als niet alleen ecologisch maar ook economisch interessant alternatief voor de meer reguliere voedselteeltsystemen. Zoals Mac van Dinther onlangs in een mooi artikel in de Volkskrant stelde: ‘leuk zo’n voedselbos, maar kan er ook een boterham mee verdiend worden?’ Bewijslast daarvoor kan die ontwikkeling behoorlijk versnellen. En dat is hard nodig. Met meters maken kunnen we niet snel genoeg zijn.

Overigens lopen in de gemengde fruithaagcirkel rond mijn bijentuin de honingbessen alweer uit. De gele kornoelje bloeit en de amandel en de Japanse kwee bijna. Nog even en het is weer lente in mijn nog-niet-voedselbos.

Share this content

Blijf in contact met ons en wij houden u op de hoogte van nieuwe relevante boeken.
Meldt u aan voor de nieuwsbrief (6x per jaar)